In januari 2025 verhoogde het kabinet de kansspelbelasting van 30,5% naar 34,2%. Een jaar later volgde stap twee: het tarief ging naar 37,8%. De belofte was simpel - de overheid wilde structureel zo'n 200 miljoen euro per jaar meer binnenhalen. Wat er in werkelijkheid gebeurde was het tegenovergestelde: in 2025 ontving de staatskas juist 40 miljoen euro minder dan het jaar ervoor. Hoe kan een belastingverhoging uitmonden in minder belastinggeld?
Van 30 naar 38 procent in twee stappen
De eerste verhoging per 1 januari 2025 - van 30,5% naar 34,2% - was direct omstreden. Brancheorganisaties waarschuwden meteen dat het tarief te steil was voor een markt die nauwelijks vier jaar open is. Nederland legaliseerde online gokken pas in oktober 2021; operators waren nog bezig hun marktpositie op te bouwen toen de eerste belastingsprong al viel.
Toch zette het kabinet door. Per 1 januari 2026 volgde de tweede tranche: de kansspelbelasting staat nu op 37,8% van de bruto gokopbrengst. Ter vergelijking: in het Verenigd Koninkrijk betalen operators 21%, in Duitsland varieert het sterk per staat maar ligt het gemiddelde een stuk lager. Nederland heeft daarmee een van de hoogste kansspelbelastingtarieven van Europa. Voor spelers maakt dat op het eerste gezicht weinig uit - de belasting wordt betaald door de aanbieder. Maar de impact op de markt is ingrijpend.
De getallen die Den Haag liever niet zag
De Kansspelautoriteit publiceerde in augustus 2025 een rapport over de effecten van de belastingverhoging. De conclusie was helder: het beoogde doel werd niet gehaald. Online aanbieders betaalden in 2025 samen 43,5 miljoen euro minder kansspelbelasting dan in 2024. Een daling van 5%, terwijl het tarief juist met bijna vier procentpunten omhoog was gegaan.
Hoe kan dat? De belastingopbrengst hangt niet alleen af van het tarief, maar ook van de grondslag - hoeveel er gespeeld wordt bij legale aanbieders. En die grondslag daalde. Minder spelers bij vergunde aanbieders betekent minder omzet, en minder omzet keer een hoger tarief levert alsnog minder op dan een grotere omzet keer een lager tarief. De Miljoenennota voor 2026 bevestigde het beeld: 23% minder kansspelbelasting dan begroot.
Drie aanbieders verlaten de Nederlandse markt
Voor sommige operators was de rekening simpelweg te hoog. Drie licentiehouders gaven hun vergunning terug. LiveScore Bet en Tombola Bingo stopten hun Nederlandse activiteiten; voor hen woog de combinatie van hoge belasting, strenge reclameregels en bescheiden marktaandeel niet op tegen de kosten van een vergunning.
Holland Casino, de staatsdeelnemer die je zou verwachten relatief goed bestand te zijn, voelde de klap evengoed. De landgebaseerde locaties verhoogden de horeca-prijzen, pasten de openingstijden van meerdere vestigingen aan en lieten personeel gaan. Een bedrijf dat deels in staatshanden is, treft zo zijn eigen werknemers.
Een simpele rekensom illustreert het probleem. Een operator met een bruto gokopbrengst van 1 miljoen euro had onder het oude tarief van 30,5% nog 695.000 euro over voor kosten en winst. Onder het huidige tarief van 37,8% is dat 622.000 euro. Tel daarbij de licentiekosten, de compliance-eisen en de marketingkosten op, en de marge voor kleinere spelers is vrijwel verdwenen.
Het geld gaat naar illegale aanbieders
Het geld verdwijnt niet - spelers gokken nog net zo graag, maar kiezen steeds vaker voor illegale platforms die buiten het toezicht van de KSA opereren. De kanalisatiegraad, het aandeel van de totale gokmarkt dat via vergunde aanbieders loopt, zakte in 2025 voor het eerst onder de 50%. Hoe legale casino's steeds meer terrein verliezen aan het illegale circuit schreven we eerder al uitgebreid.
De KSA schat de bruto gokopbrengst van de illegale markt op 1,2 miljard euro in 2025. Meer dan de vergunde markt bij elkaar. Illegale platforms betalen geen 37,8% kansspelbelasting, hoeven zich niet te houden aan regels voor verslavingspreventie en profiteren van dat kostenvoordeel door spelers guller te belonen - hogere terugbetalingspercentages, ruimere bonussen, minder beperkingen.
De KSA wil dat de politiek handelt
De KSA sloot haar rapport af met een duidelijke boodschap aan Den Haag: evalueer het beleid. Eind juni 2026 volgt een nieuw rapport met bijgewerkte marktcijfers - de verwachting is dat die opnieuw somber zullen zijn. Brancheorganisatie NLO deed eerder al een oproep om kansspelbeleid voortaan op feiten te baseren, niet op begrotingsdoelstellingen.
De KSA houdt intussen gewoon vast aan streng toezicht, ook tijdens het WK 2026 - maar handhaving lost de structurele marktdistorsie niet op. Je kunt illegale sites wel blokkeren; spelers vinden altijd een weg om ze te bereiken via VPN of een ander apparaat. Het echte probleem is dat de legale markt te duur is geworden.
Wat er moet veranderen om de schade te keren
Een verlaging van de kansspelbelasting is politiek onaantrekkelijk - het oogt als een cadeautje aan de goksector. Maar de economische logica is niet ingewikkeld. Een lager tarief dat de legale markt vergroot, levert netto meer op dan een hoog tarief dat spelers naar illegale alternatieven drijft. Dat zijn niet de cijfers van de branche - het zijn de eigen cijfers van de overheid.
Het Britse model, met een tarief van 21%, laat zien dat een gezonde legale markt en een redelijke belasting prima samengaan. Een grotere legale markt beschermt ook spelers beter: vergunde aanbieders zijn wettelijk verplicht verslavingszorg te bieden, leeftijden te verifiëren en eerlijk te spelen. Die bescherming verdwijnt zodra spelers massaal overstappen naar illegale alternatieven.
De komende maanden zal duidelijk worden of het kabinet bereid is bij te sturen. Het KSA-rapport van eind juni wordt dat moment van de waarheid. Blijft het tarief op 37,8%, dan dreigt de legale markt verder te krimpen. Daalt het tarief, dan heeft het kabinet erkend dat beleid dat op papier meer oplevert, in de praktijk precies het omgekeerde doet.